Wijnand Galema

Oosterflank Zuidwest is een hechtpoging in een fragmentarische New Town.

 

De deelgemeente Prins Alexander kan worden gezien als een staalkaart van naoorlogse stedenbouw: van tuinstad tot vinexwijk. De ontwikkeling van Rotterdam-Oost wordt aanvankelijk gedacht als een satellietstad, waarin de polder Prins Alexander en het grondgebied van Capelle aan den IJssel zouden versmelten. De ruimtelijke ambities voor deze New Town, een door groen omgeven subcity met eigen voorzieningen, lopen spaak op bestuurlijke en culturele verschillen tussen  Rotterdam en Capelle. De gemeentegrens werd een waterscheiding, die elke vorm van integrale aanpak frustreerde. Beide gemeenten bouwden naar eigen inzicht wijken in diverse variaties en modes van het moment.

 

Oosterflank is één van die fragmenten, oorspronkelijk in zijn geheel bedoeld als centrumgebied voor de New Town. Bij de uitwerking van dit zogenaamde Centrum-Oost blijkt de voorzieningen met minder ruimte toe te kunnen en komt grond beschikbaar voor woningbouw. Deze wordt gevormd door de laagbouw met karakteristieke woonerfstructuur ontworpen door Van Wijk & Gelderblom (deelplan A). De ruimte tussen het eigenlijke centrum (deelplan E) en de laagbouw wordt ingenomen door een overgangsgebied (deelplan B).  (Het stedenbouwkundig plan van Groep 5 (Bram van Hengel), dat de schaalsprong tussen de laagbouw en het grootschalige centrumgebied probeert te verzachten, vormt de aanzet voor een plan dat dit deel van Oosterflank aanhaakt aan de stedelijke structuur. De verschillende blokken worden aan elkaar ‘geniet’ door middel van overkluizingen van routes, waaronder de oorspronkelijke poldervaart. Oosterflank Zuidwest vormt hierdoor een omslagpunt in de Rotterdamse stedenbouw, waarop de zogenaamde truttigheid van de jaren zeventig wordt verlaten.


Download onderzoek

onderzoeksresultaten

Vijf ontwerpbureaus onderzochten de huidige opgave op de drie Rotterdamse locaties. Daarnaast verrichtten de zelfstandig gevestigde architectuurhistorici Wijnand Galema en Evelien van Es historisch onderzoek. De vijf ontwerpteams: QWA Architecten, de Zwarte Hond, Powerhouse Company, biq stadsontwerp en Lola i.s.m. Stereo Architects.

De benaderingswijzen van de onderzoekers vertonen grote verschillen. Lola c.s. kozen voor de vervlechting met het aangrenzende landschap terwijl Powerhouse het zocht in een sterke beeldgerichte aanpak. Waar QWA op het niveau van de gebouwtypologie wijzigingen aanbracht, analyseerde biq zowel het gevelbeeld als de stedenbouwkundige opzet. De Zwarte Hond richtte zich op de stedenbouwkundige structuur.