Wijnand Galema

De woningbouw op het Simonsterrein is een monument van aktivistiese stedenbouw

Van de reeks aan cultuurhistorische kwaliteiten die aan het woningbouwproject Simonsterrein zijn toe te kennen, is de bijzondere ontstaansgeschiedenis het belangrijkst. In 1970 komen de bewoners van het verwaarloosde en geïsoleerde Feijenoord in opstand tegen de grootschalige saneringsplannen en de slechte woonomstandigheden in hun wijk. Het uitblijven van een besluit over een nieuwe oeververbinding had de wijk jarenlang in de greep gehouden. Vooruitlopend op de stadsvernieuwing maakt Stadsontwikkeling in 1972 een structuurschets voor Feijenoord met de bedoeling de woonfunctie te versterken. Een van de mogelijkheden hiervoor is het creëren van nieuwe, betaalbare woningen op de gronden die door verplaatsen van bedrijven vrij zouden komen.

Scheepssloperij Simons is de eerste waarvan de gemeente de grond koopt. Ook stelt de gemeente een werkgroep samen van ambtelijke diensten, Volkswoningen en het wijkorgaan. De laatste vormt in feite de spreekbuis van de bewoners en wordt uitgerust met middelen, mankracht en expertise om de eisen van gemobiliseerde bewoners te formuleren. Maar nog belangrijker is dat de ingewikkelde reken- en subsidiemodellen, op basis waarvan de huurprijs van sociale woningbouw wordt bepaald, inzichtelijk worden gemaakt. Henk van Schagen wordt als bouwkundige ingeschakeld om de bewoners te ondersteunen, de plannen kritisch te bekijken en uiteindelijk met een beter plan te komen. Betaalbare huren en de wensen van de bewoners staan hierin steeds voorop. Ook de architectonische verschijningsvorm is het resultaat van dit proces.

Download onderzoek

onderzoeksresultaten

Vijf ontwerpbureaus onderzochten de huidige opgave op de drie Rotterdamse locaties. Daarnaast verrichtten de zelfstandig gevestigde architectuurhistorici Wijnand Galema en Evelien van Es historisch onderzoek. De vijf ontwerpteams: QWA Architecten, de Zwarte Hond, Powerhouse Company, biq stadsontwerp en Lola i.s.m. Stereo Architects.

De benaderingswijzen van de onderzoekers vertonen grote verschillen. Lola c.s. kozen voor de vervlechting met het aangrenzende landschap terwijl Powerhouse het zocht in een sterke beeldgerichte aanpak. Waar QWA op het niveau van de gebouwtypologie wijzigingen aanbracht, analyseerde biq zowel het gevelbeeld als de stedenbouwkundige opzet. De Zwarte Hond richtte zich op de stedenbouwkundige structuur.