Team LOLA / Stereo

De nieuwe opgave is om de landschappelijke idealen van ‘70 alsnog verwezenlijken in het Oosterflank van nu. Oosterflank moet meedoen in de stad. Het extraverte landschap moet nieuwe groene links leggen.

Analyse
Bloemkoolstedenbouw is introvert en kleinschalig. Het is een stedenbouw in vlekken. Het wonen gebeurt in woonerven en het landschap in left overs. De stedelijke wand van Osterflank bestaat uit meer woningen en parkeren en minder park. ‘Er was weinig tijd, weinig geld en weiining aandacht voor de buitenruimte.’ (Jan Rahder, toenmalige landschapsarchitect)
Oosterflank is bedacht in de seventies en uitgevoerd in de eighties. Dit gegeven markeert een paradigmawisseling in de Rotterdamse stedenbouw. Eindelijk mochten de stedenbouwers weer steden bouwen, al leken ze vergeten hoe. Oosterflank moest samen met Rotterdam-Zuid een subcentrum van Rotterdam worden, voortaan IJsseldam
te noemen, een gedeelde newtown met buurman Capelle aan de IJssel. Het liep anders, Rotterdam en Capelle kwamen er niet uit, het subcentrum fnuikte en de gemeentegrens
markeert halfslachtige improvisaties om er nog iets van te maken. Wat bedoeld was als groene verbinding tussen beide gemeenten is verworden tot een doodse loopgraaf tussen in zichzelf gekeerde woonwijkjes.
 
De opgave: tweede oplevering van de buitenruimte
De bebouwing in de wijk is nog lang niet versleten. De urgentie ligt in de buitenruimte: een aantrekkelijke en ecologisch dynamische buitenruimte, die slimme verbindingen legt en investeert op de juiste plekken. Daarvoor worden drie stappen gezet:
1) Tactische doorbraken: alleen het hoognodige slopen, en beter terugbouwen;
2) Slimme verbindingen: pragmatisch de relaties leggen op de juiste plekken in het plan;
3) Seventies sampling in extravert ontwerp: een introverte wijk heeft een ‘outgoing’ openbare ruimte nodig.
Nieuw landschap verbindt oude parken
Het belang van het nieuwe Flankpark is het verbinden van de schalen. De kleine schaal van de interne groene verbindingen in de wijk krijgen extra betekenis als het Flankpark zelf belangrijker wordt voor de stad Rotterdam. De aanloop zal aanmerkelijk groter zijn als het park de essentiële verbinding vormt tussen het Kralingse Bos en het Schollenbos (en daarmee met zowel de IJssel als de Rotte). Een goede relatie met de Prinsenlaan is daarvoor belangrijker dan direct langs de Nieuwekerksetocht: ten eerste wordt een directe verbinding langs het water geblokkeerd door een metrolijn; ten tweede kan hierdoor de entree naar de wijk eindelijk betekenis krijgen als beëindiging van de Prinsenlaan.
Het plein heeft op dit moment nauwelijks de uitstraling die hoort bij de entree van een wijk, het wordt volledig in beslag genomen door een parkeerplats. Een belangrijke ingreep is om het parkeren te verleggen zodat er daadwerkelijk een plein ontstaat en er ruimte vrijkomt voor een royale langzaam verkeersroute die de Prinsenlan met het Flankpark verbindt. Het nieuwe woonblok krijgt een signaalfunctie die de entree naar de wijk markeert en de ommekeer van Oosterflank aangeeft. Het plein introduceert een nieuwe meso-schaal in de wijk die de grote en de kleine schaal aan elkaar koppelt.
Download onderzoek

onderzoeksresultaten

Vijf ontwerpbureaus onderzochten de huidige opgave op de drie Rotterdamse locaties. Daarnaast verrichtten de zelfstandig gevestigde architectuurhistorici Wijnand Galema en Evelien van Es historisch onderzoek. De vijf ontwerpteams: QWA Architecten, de Zwarte Hond, Powerhouse Company, biq stadsontwerp en Lola i.s.m. Stereo Architects.

De benaderingswijzen van de onderzoekers vertonen grote verschillen. Lola c.s. kozen voor de vervlechting met het aangrenzende landschap terwijl Powerhouse het zocht in een sterke beeldgerichte aanpak. Waar QWA op het niveau van de gebouwtypologie wijzigingen aanbracht, analyseerde biq zowel het gevelbeeld als de stedenbouwkundige opzet. De Zwarte Hond richtte zich op de stedenbouwkundige structuur.