biq stadsontwerp

De problematiek van de woningbouw uit de jaren 70 is het product van een architectonische cultuur waarin ideevorming, ontwerparbeid en bouwtechnologie definitief uiteen waren gedreven” stelt Hans van der Heijden van biq stadsontwerp.

Over Oosterflank Zuidwest
Mede door de verdraaiing van 45o ten opzichte van de randen is het patroon van water- en groenpartijen, hofjes, ontsluitingswegen en parkeeroplossingen van elkaar ontkoppeld. Ook de bebouwingsvlekken volgen deze structuren niet, maar worden er juist doorsneden. Resultaat is een zeer fijnmazig stedelijke structuur van incongruente patronen. Dit draagt bij aan de beoogde pittoreske kwaliteit van het stads¬beeld. In de rand van Oosterflank zijn elementen van verschillende schaalniveau’s met elkaar gecombineerd om langs de Alexanderlaan een bepaalde mate van monumentaliteit te maken. Toch zijn de bovenwijkse structuren, de Nieuwerkerkse Tocht en Alexanderlaan als structurerende elementen genegeerd. Ze zijn als stedelijke ruimte onbestemd gebleven.

Methodische benadering
Met deze studie is de interventie in de jaren ’70 architectuur als een methodisch probleem benaderd. Er lijkt geen sprake van urgentie: deze architectuur wordt eenvoudig gekarakteriseerd als lelijk, maar functioneel, nog lang niet afgeschreven en nog immer rendabel. Biq stadsontwerp zet zich in voor de opbouw van architectonische en technische kennis van het bouwen in de jaren ’70. Doel moet zijn om als beroepsgroep effectief te zijn in de gesprekken over de toekomst van deze stad. Daarvoor is een methode ontwikkeld die architectonische aspecten als schaalniveau, type, bewerking en beeld verbindt aan diverse vormen van ingrijpen, zoals onderhoud, renovatie en reconstructie of sloop/nieuwbouw. Er zijn rationele scenario’s te bedenken, die inzicht geven in de verhouding tussen inspanningen en opbrengsten. Tevens geeft deze methode aan hoe diep de problematiek zit. Typologische problemen zijn immers onherstelbaar, aanpassingen op niveau van bewerking veel beter. Beeld en design zijn relatief eenvoudig aanpasbaar. De gevolgen van armzalige catalagusbouw zijn dat dus ook. Wanneer de problemen echter diep zitten (en dat lijkt bijvoorbeel in het Weeda-complex het geval), dan kan dat niet vroeg genoeg onderkend worden. Drie interventies illustreren wat de uitkomst van een dergelijke methode kan zijn.

Beeld, bewerking en type
Bewerking van het beeld: In het Weeda-complex wordt het trapportiek type ondubbelzinnig getoond in de gevelarchitectuur. Uitgangspunt van de interventie op het niveau van het beeld is een lichte interventie die in het kader van een grotere onderhoudsbeurt zou kunnen plaatsvinden. Het ‘design’ (in dit geval de bewerking van de huid van het gebouw) is uitgewerkt met industriële producten die zo uit de catalogus komen.
Bewerking van het bouwblok: In dit voorstel wordt ingegaan op de inpassing van de trapportiek typologie in de locatie. Voorgesteld wordt om alle parkeerplaatsen rondom de gebouwen te concentreren in het woonhof. Hierdoor krijgt de straat een helder beloop en kan het parkeren betrokken worden in het milieu waar het thuishoort: het woonmilieu. Parkeren, voor- en achtertuinen, toegangen naar berging, woning en portiek en stoep worden in nauwe samenhang gebracht en krijgen een meer erfachtig karakter. Tuinmuren en plantenbakken markeren de scheiden het openbaar gebied en de tuinen.
Bewerking van de typen in de stad: In het meest vergaande voorstel is sprake van sloop van alle trapportiekwoningen. De vervangende nieuwbouw is opnieuw geprogrammeerd. In deze interventie spelen ook bovenwijkse stedebouwkundige afwegingen een rol. De groenpartij rondom de Nieuwerkerkse Tocht is continu gemaakt en de Alexanderlaan is als een betekenisvolle stedebouwkundige ruimte benaderd.

Opbouw van kennis
In algemene zin laat deze ontwerpstudie zien datgene wat Oosterflank vandaag de dag niet is: Oosterflank is met de beste wil van de wereld geen hoogwaardige woonwijk te noemen. De woningen profiteren op typologisch niveau niet van bovenwijkse kwaliteiten. De vraag naar de aanvaardbaarheid van de ‘alledaagse’ beeld van de woningbouw kunnen we open laten zolang zich geen grote maatschappelijke problemen rondom het vastgoed manifesteren. Mocht dit wel gebeuren, dan zullen de ontwikkelpotenties als gevolg van de centrale ligging van Oosterflank in de zuidelijke Randstad afgezet worden tegen het ‘alledaagse’ of wellicht ‘sleetse’ beeld van de wijk. Te hopen valt slechts dat de architectonische discipline op dat moments niet is blijven hangen in luie diskwalificaties als de ‘bloemkoolwijk’, maar grondige kennis heeft opgebouwd van de materie en is voorbereid op een onderzoek naar impulsen voor wijken als Oosterflank.

Download onderzoek

onderzoeksresultaten

Vijf ontwerpbureaus onderzochten de huidige opgave op de drie Rotterdamse locaties. Daarnaast verrichtten de zelfstandig gevestigde architectuurhistorici Wijnand Galema en Evelien van Es historisch onderzoek. De vijf ontwerpteams: QWA Architecten, de Zwarte Hond, Powerhouse Company, biq stadsontwerp en Lola i.s.m. Stereo Architects.

De benaderingswijzen van de onderzoekers vertonen grote verschillen. Lola c.s. kozen voor de vervlechting met het aangrenzende landschap terwijl Powerhouse het zocht in een sterke beeldgerichte aanpak. Waar QWA op het niveau van de gebouwtypologie wijzigingen aanbracht, analyseerde biq zowel het gevelbeeld als de stedenbouwkundige opzet. De Zwarte Hond richtte zich op de stedenbouwkundige structuur.