nav ?>

Oosterflank Zuidwest

Oosterflank is een wijk van 5000 woningen en onderdeel van de oostelijke Rotterdamse stadsuitbreiding. Kenmerkend voor Oosterflank is het middenvan de wijk, deelplan A, waar laagbouw in meanderende erven is gerealisereerd. Na voltooiing van deelplan A is begonnen met deelplan B, de rand langs de Prins Alexanderweg. Het ontwerp van Bram van Hengel van Groep 5 wordt gaande het proces gewijzigd door Joost Schijnen, werkzaam bij de dienst stadsontwikkeling. Dit deelgebied bestaat uit drie grootschalige appartementencomplexen die na 1980 zijn gebouwd. Het complex ‘De muur’ van Apon, Van den Berg, Ter Braak en Tromp en de complexen van Weeda waarin Woonstad veel bezit heeft zijn nadrukkelijk grootschalig en beogen Oosterflank een herkenbaar ‘stadsbeeld’ te geven. In Oosterflank Zuidwest is sprake van een complexe verknoping tussen de bouwblokken, de openbare binnenterreinen en de stedelijke structuur van Prins Alexanderlaan en Nieuwerkerkse tocht.

Opgave Onderzoek
Gevreesd wordt dat de positie van dit deel van Oosterflank binnen de Rotterdamse woningmarkt verslechterd. Dit komt doordat het imago van de Zuidwest slechter is dan van de rest van Oosterflank. De middelhoogbouw vormt een grootschalige wand en fungeert als begrenzing van de laagbouwwijk. Maar Oosterflank Zuidwest  mist een eigen verblijfskwaliteit door de versnipperde, doelmatige inrichting van de buitenruimte de repetitie van standaard woningtypes de willekeurige gemeentegrens.

nav ?>

onderzoeklocaties

Op uitnodiging van woningbouwcorporatie Woonstad Rotterdam en AIR is onderzoek verricht naar drie Rotterdamse locaties uit de jaren '70: het Oude Westen, Oosterflank Zuidwest en Feijenoord Simonsterrein.

Woonstad-Rotterdam bezit veel woongebouwen die tussen '74 en '84 gebouwd zijn in stadsvernieuwings- wijken en uitbreidings- wijken. Woonstad is nu betrokken bij de plannen om Rotterdamse wijken waarin deze gebouwen liggen leefbaarder, aantrekkelijker en veiliger te maken. Een belangrijke vraag voor Woonstad Rotterdam is daarbij: Hoe kan recht worden gedaan aan de bestaande kwaliteiten, terwijl vernieuwing noodzakelijk is?