nav ?>

Annet Tijhuis

De centrale architectonische vraag van de wederopbouw was: hoe maak je architectuur urbaan? In de jaren zeventig staat architectuur echter niet meer centraal in het debat over de stad. Hoewel de stad grondig werd vernieuwd speelden architecten en stedenbouwers hierin ook niet de meest dominante rol. De stadsvernieuwing is onderdeel van een brede maatschappelijke beweging en socialistische stadspolitiek. De radicale bottom-up opzet van de stadsvernieuwing in Rotterdam heeft internationaal veel aandacht en bewondering geoogst.
De omwenteling van de jaren zeventig is een emancipatie golf die zorgt voor een bestuurlijke transformatie. Begin ’70 , na het struikelen van de saneringsplannen over massaal protest, zit er in het stadhuis en bij de diensten niet één iemand meer op dezelfde plek. Er is in Rotterdam na deze omwenteling een periode van anarchie en vacuüm. Tussen 1974 en 1978 wordt weinig gebouwd. Wel koopt wethouder van der Ploeg zoveel mogelijk eigenaren uit en wordt er gebouwd aan de wijkgebonden projectgroepen waarin ambtenaren uit verschillende diensten en nog onervaren bewoners vertegenwoordigers bij elkaar worden gezet. De druk en het wantrouwen is groot. Iedereen is onwennig in zijn nieuwe rol. Wat in deze periode ontstaat is een nieuwe bestuurlijke structuur die radicaal gedecentraliseerd is en bottom-up: bewoners spelen een doorslaggevende rol. De macht van de projectgroepen is groot. Woningbouwverenigingen en eigenaren worden zo lang mogelijk op afstand gehouden. Pas bij het bouwproces worden ze als eigenaar betrokken en min of meer voor voldongen besluiten geplaatst. Deze radicaal nieuwe opzet van de Rotterdamse stadsvernieuwing is uniek in Nederland en heeft in de jaren zeventig en tachtig grote internationale belangstelling gekend.

nav ?>

interviews

Wat bewoog de architecten en projectcoördinatoren uit de jaren ’70 en hoe kijken ze terug op het resultaat van de ‘omslag’ in Rotterdam? In het kader van R'70 is een aantal interviews gehouden met ooggetuigen en onderzoekers van deze, voor Rotterdam, turbulente periode.

De interviews verschaffen een levendig beeld in hoe de omslag van de jaren ’70 een nieuwe ruimtelijke en organisatorische opgave betekende. Niemand wist hoe de urgente stedelijke problemen van verkrotting, woningnood en binnenstad aangepakt moesten worden. Al doende leerde men.